Jeugdgezondheidszorg: voorkomen is beter dan genezen
Tekst: Mirthe Diemel, Beeld: Merlin Daleman
Van consultatiebureau tot middelbare school, van ouders tot onderwijs en zorgprofessionals: de jeugdarts verbindt, signaleert en voorkomt. ‘Juist door er vroeg bij te zijn, kun je een leven blijvend beïnvloeden.’
Jarenlang werkte Yvet van Hedel (41) met veel plezier als arts verstandelijk gehandicapten. Een prachtig vak met dito doelgroep, zegt ze er glimlachend over. En toch: vijf jaar geleden begon het te kriebelen. ‘Ik merkte dat mijn interesse verschoof naar de preventiehoek. In de verstandelijke gehandicaptenzorg ben je daar ook wel mee bezig, maar je bent voornamelijk behandelaar. Het idee dat je door preventie veel voor iemand kunt betekenen, sprak me steeds meer aan.’
Al snel kwam Yvet uit bij de jeugdgezondheidszorg (jgz). Een wat specifiekere doelgroep, namelijk kinderen en jongvolwassenen van 0 tot 23 jaar – terwijl ze voorheen patiënten van alle leeftijden zag. ‘Tegelijkertijd is er zóveel diversiteit binnen het jeugddomein. Je ziet zowel baby’s als pubers, krijgt te maken met fysieke en mentale klachten, of stuit op andere ontwikkelingsproblemen. Maar het grootste verschil is dat de nadruk in de jeugdgezondheidszorg écht op preventie en vroege signalering ligt, waardoor kinderen sneller op de juiste plek terechtkomen. Wat dat betreft is de uitspraak “voorkomen is beter dan genezen” nergens zo van toepassing als hier.’
Werkdag
Hoe je werkdag eruitziet als je jeugdarts bent, hangt af van de richting die je kiest, vertelt Yvet. ‘Zelf zie ik op dit moment kinderen van 12 jaar en ouder, en kinderen die het speciaal onderwijs volgen. Is een leerling veel ziek wegens medische of mentale problemen, dan kan een school bij ons aankloppen: wat kunnen we doen om deze leerling goed mee te krijgen, of is er misschien méér nodig? Bij die overleggen zijn vaak een jeugdverpleegkundige en orthopedagoog aanwezig.’
Een ander belangrijk onderdeel is de preventieve screening op middelbare scholen, waarbij leerlingen een checklist moeten invullen. Yvet: ‘Over hoe ze in hun vel zitten, hoe hun thuissituatie is, of ze roken, dat soort dingen. De jeugdverpleegkundige gaat daar vervolgens met ze over in gesprek, maar de lijntjes met de jeugdarts zijn kort.’
En dan is er natuurlijk nog de doelgroep van 0 tot 12 jaar, vervolgt Yvet. ‘Dat begint bij het consultatiebureau, waar je tijdens het spreekuur vragen van jonge ouders beantwoordt – over voeding, slapen, maar ook over de ontwikkeling van een baby of peuter. Zitten kinderen eenmaal op de basisschool, dan doe je vooral periodieke onderzoeken en kijk je naar dingen als zicht, gehoor, lengte, gewicht, motoriek en spraak. Ook geef je de benodigde vaccinaties. Verder kunnen basisscholen bij vragen of zorgen bij de jeugdarts aankloppen, bijvoorbeeld als er sprake is van veelvuldig verzuim – vaak een van de eerste tekenen dat er iets speelt.’
Video: Klopt het vooroordeel over de jeugdgezondheidszorg?
Jeugdgezondheidszorg in het kort
- De profielopleiding jeugdgezondheidszorg is onderdeel van de opleiding arts maatschappij + gezondheid en bestaat uit twee delen. De eerste fase duurt twee jaar en focust zich op de jeugdgezondheidszorg, terwijl de tweede fase profieloverstijgend is. In die laatste twee jaar kun je je verder specialiseren tot arts maatschappij + gezondheid.
- In 2025 waren er 51 opleidingsplekken voor het profiel jeugdarts KNMG.
- Er zijn momenteel ongeveer 175 aiossen die de opleiding tot jeugdarts volgen. Daarnaast zijn 1445 jeugdartsen lid van AJN Jeugdartsen Nederland, de wetenschappelijke vereniging van én voor jeugdartsen.
Lees het volledige artikel op Arts in Spe.

Dit artikel delen?