Ga naar hoofdinhoud
Vervolgopleiding kiezen

Oogheelkunde: waar een klein specialisme groot in kan zijn

Tekst: Mirthe Diemel, Beeld: Reyer Boxem

Het klinkt nogal voor de hand liggend – en ietwat cliché – om te ­zeggen dat haar ogen ­beginnen te stralen als ze over ­oog­­heel­kunde praat, maar dat het enthousiasme eraf spat bij vierdejaarsaios Elske Bak (31), is duidelijk. ‘Het oog is gewoon fantastisch mooi.’

Tijdens een gecombineerd coschap neurologie/oogheelkunde kwam Elske Bak voor het eerst in aanraking met oogheelkunde. ‘Ik mocht er een week lang meelopen, maar dat vond ik te kort; ik wilde er graag meer over weten.’ Daarvóór was Elske al eens met haar vader meegegaan naar de oogarts.

‘Hij heeft twee succesvolle hoornvliestransplantaties gehad, waardoor zijn zicht enorm verbeterde. Tijdens een controle mocht ik meekijken door de microscoop en zag ik al die verschillende lagen van het oog: het ­hoornvlies, de voorste oogkamer, de iris. En daarachter de lens en het netvlies, natuurlijk. Wist je dat dat een van de weinige plekken in ons lichaam is waar je bloedvaten ziet liggen, zónder te hoeven snijden? Fascinerend.’ Na haar eerste coschap liep Elske ook nog ­vrijwillig mee in het UMCG – ze woonde daar onder meer een hoornvliestransplantatie bij – en volgde ze nog een extra coschap in het Deventer Ziekenhuis, wat de uiteindelijke doorslag gaf.

Het is een klein gebied dat tegelijkertijd ontzettend breed is

Levenskwaliteit

De veelzijdigheid van het oog spreekt ­Elske het meest aan. ‘Het is een klein gebied dat tegelijker­tijd ontzettend breed is – er kan echt van alles met een oog aan de hand zijn. Gelukkig zijn er ook steeds meer behandel­mogelijkheden. Het bekendste voorbeeld is staar: in Nederland voeren we jaarlijks 150 duizend staaroperaties uit, wereldwijd is het de meest uitgevoerde ingreep. Maar denk ook aan glaucoom, ­waarbij mensen door een hoge oogdruk ­schade krijgen aan de oogzenuw, en dus hun gezichtsveld. We kunnen dat tegenwoordig veel beter opsporen en behandelen – en ­daarmee voorkomen dat iemand blind wordt.’

Oogheelkunde in het kort

  • De opleiding tot oogarts duurt vijf jaar en bestaat uit verschillende stages van een aantal maanden. Bij de ene stage ligt de focus op het netvlies, bij de andere op onder meer glaucoom of uveïtis. Ook werk je een aantal maanden in een perifeer ziekenhuis.
  • Er zijn 38 opleidingsplekken per jaar in Nederland. Wil je een dag meelopen? Mail dan naar de Landelijke Vereniging van Arts-­Assistenten Oogheelkunde via lvaoog@gmail.com.
  • Er zijn circa 170 aiossen en 750 oogartsen opgenomen in de leden­administratie van het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap.

Lees het volledige artikel, inclusief het interview met de opleider, op Arts in Spe.

Dit artikel delen?